EL COLOR DEL CAMALEON

Andrés Lubbert

Info

a film by Andrés Lubbert, in co-production with VRT-Canvas, RTBF, Blume Producciones (Chili) and Mollywood (BE) with support from VAF | filmfonds, Creative Europe, le centre du cinéma de la Fédération Wallonie-Bruxelles and the Tax Shelter from the Belgian Federal Government.

During the Pinochet-dictatorship, Jorge becomes an instrument for the Chilean secret services, who force him to work for them in an extreme violent way. He is able to escape from Chile and becomes a war cameraman based in Belgium. Today, his son Andrés takes him back to the places of his unfinished past.

Credits

written & directed by Andrés Lübbert
director of photography David Bravo
edited by Guillermo Badilla Coto
original music by Alejandro Rivas Cottle

editing consultant Anna Savchenko
sound engineer Chile Juan Pablo Manriquez
sound engineer Germany Cesar Fernandez Boraz
sound engineer Belgium Maarten Leemans, Dieter De Mulder

production Chile Francisco Ovalle
voice over actor Nico Duran
additional research Javier Rebolledo
color grading Veerle Zeelmaekers
sound edit Lieven Dermul
sound mix Marius Heuser

delegate producers Eric Goossens & Frederik Nicolai
delegate co-producers Flor Rubina & David Bravo

 

Press

De Standaard, 24 februari 2017

EEN CHILEENSE ERFENIS: VADER EN ZOON LÜBBERT 
‘SOMS VOELDE IK MIJ SLACHTOFFER, SOMS FOLTERAAR’
In de jaren 70 probeerde de Chileense geheime dienst Jorge Lübbert op te leiden tot moordmachine. Jorge vluchtte en leed in stilte. Tot zijn zoon Andrés zijn geheim ontdekte. Hoe meer de zoon wou weten, hoe harder de vader zweeg. Langzaamaan dichtten ze de kloof, met een gezamenlijke documentaire over het pijnlijke verleden van de vader. ‘We zijn allebei ver gegaan.’
Yves Delepeleire, foto Fred Debrock
‘Twaalf jaar al staat mijn leven in het teken van de zoektocht naar mijn vader, naar wie hij écht is. Het voelt alsof ik zijn trauma op mij heb genomen. Ik wilde alles van zijn verleden weten. Elk gruwelijk detail. Elke plek waar hij was geweest. Elke pijnlijke herinnering die hij misschien al was vergeten. Ik moest dit doen. Gaandeweg heb ik geleerd dat die zoektocht er evengoed een was naar mijn eigen identiteit. Alles wat ik ben geworden, heb ik aan mijn vader te danken.’
De Belgische filmmaker Andrés Lübbert (32) groeide op in Leuven, met een geromantiseerd beeld van zijn vader: een Chileen die, zoals zovelen destijds, was gevlucht voor het regime van Augusto Pinochet. Papa’s verhaal was dat van zijn Chileense vrienden in Leuven, dacht de zoon. En zijn vader, die zweeg.
‘Toch merkte ik als kind al dat hij anders was’, zegt Andrés. ‘Hij leed aan slapeloosheid en verslavingen. Toen ik 16 was, vond mijn moeder hem na dagen zoeken op een pleintje. Bewusteloos. Hij vluchtte ook in zijn werk, als cameraman in oorlogsgebied. Ik begreep niet waarom hij steeds weer het gevaar opzocht, terwijl hij dat destijds was ontvlucht. Hij had een vrouw en twee kleine kinderen. Soms was hij weken of zelfs maanden van huis. Ik kon zijn bizarre gedrag niet verklaren. Ik wilde hem begrijpen.’
We spreken elkaar in de schaduw van het Berlaymontgebouw, waar de Europese Commissie zit. Andrés’ vader werkt er sinds enkele jaren als cameraman voor Europese politici. Jorge (60) zal op vraag van zijn zoon wat later voor het interview aanschuiven. ‘Sommige zaken vertel ik liever niet waar mijn vader bij is, ook al weet ik dat hij ze zal lezen. Het zou te ongemakkelijk zijn.’ De verborgen familiegeschiedenis heeft hen allebei getekend.
DE SCHADUW VAN PINOCHET 
Jorge beseft dat hij het zaadje destijds zelf bij zijn zoon heeft geplant. Dat hij Andrés’ obsessie met zijn verleden heeft gevoed. ‘Zwijgen en vergeten leek me al die tijd de beste overlevingsstrategie,’ vertelt hij, als hij erbij is komen zitten. ‘Ik vond niet dat ik mijn kinderen met mijn verleden lastig moest vallen. Mijn vrouw dacht er anders over. Ze had gelijk. Maar ik was er niet klaar voor. Ik vond de woorden niet. Ik heb gruwelijke dingen gezien... en gedaan. Ik heb mijn duistere kant, het beest in mij, wakker gemaakt.’
Hij schudt het hoofd. ‘Andrés weet nu veel over mij, maar nog lang niet alles. Sommige dingen zijn gewoon te erg om te vertellen. Te intiem.’
KLAARGESTOOMD OM TE MOORDEN
Toch wist de zoon, die nu een documentaire over zijn zoektocht klaar heeft, lange tijd veel meer dan zijn vader kon vermoeden. Eind jaren 70 vertelde Jorge één keer zijn verhaal, het ware verhaal, aan zijn therapeut, de Chileense psychiater Jorge Barudy. Die was zelf voor de dictatuur van Pinochet gevlucht en woonde ook in Leuven. De audiotapes van die sessies zijn verloren gegaan, maar de oudere broer van Jorge, lang balling in Oost-Duitsland, had er een transcriptie van gemaakt en bewaard.
‘Mijn oom Orlando Lübbert is veel ouder dan mijn vader en altijd een beetje een vaderfiguur voor hem geweest’, zegt Andrés. ‘Ik was 19 toen ik voor het eerst alleen naar Chili reisde en daar bij mijn oom overnachtte. Hij is de eerste die mij heeft verteld wat er werkelijk met mijn vader is gebeurd. Dat hij door de Chileense geheime dienst werd getraind om geheim agent en moordenaar te worden, op de vreselijkste wijzen vaak. Daarna was ik enorm in de war: bang om naar België terug te keren, bang dat ik voortaan anders naar mijn vader zou kijken.’
Drie jaar later gaf Orlando de transcriptie van de sessies aan Andrés. De gruwel openbaarde zich aan hem, veertig pagina’s lang, tot in de kleinste details, en geschreven in de eerste persoon.
‘Mijn broer heeft Andrés met de beste bedoelingen geholpen’, zegt Jorge. ‘Maar in het begin was ik kwaad. Ik vond dat niemand het recht had mijn verhaal te lezen.’
Dat verhaal begon, vertelt Jorge, bij zijn buurman indertijd, een lijfwacht van Pinochet en altijd op zoek naar talent. Hij zag wel iets in de technisch ingenieur die voor een telefoonmaatschappij in Chili werkte. Dus werd Jorge subtiel door zijn baas bij de maatschappij ‘gerekruteerd’. Eerst leerde hij telefoons af te luisteren en stroom af te tappen, skills die elke goede spion onder de knie moet hebben. Hij was er goed in, dacht zelfs zijn bedrijf een dienst te bewijzen. Het bleek maar een eerste test, een opstapje naar meer.
Jorge: ‘Als je wilt dat iemand voor je werkt, moet je zijn geest kapotmaken. Daarna doet hij alles wat je vraagt. Zo ging de geheime dienst te werk. Ik moest stoppen mens te zijn, ik moest mijn emoties uitschakelen en een machine worden, klaar om te moorden. Het was psychologische terreur.
Brainwashing. Hetzelfde proces als waarmee vandaag jihadisten worden geïndoctrineerd, om aanslagen te plegen en mensen te onthoofden.’
Jorge heeft er gestaan, op dat point of no return. De dood deed hem niets meer. Niet die van anderen, niet die van hemzelf. Hij zou zichzelf hebben opgeblazen, als ze hem dat hadden bevolen.
‘Het transformatieproces duurde amper zes maanden. Met dreigementen probeerden ze mij van mijn familie los te koppelen. Ze ontvoerden mij geregeld voor een paar dagen en brachten me naar een geheime plek waar ik werd “getraind”. Ik had een sterke persoonlijkheid, kon meer verdragen dan ande-
ren. Ik had talent om geweld te incasseren. Maar hoe sterk je wil ook is, vroeg of laat breek je.’
Zijn moeder, zegt Jorge, is zijn redding geweest. In de donkerste uren dacht hij aan zijn gelukkige kindertijd, hoe zij door z’n haar woelde. ‘Ik was haar lieveling, ik kon haar niet verraden. Toen ik doorhad dat mijn familie kon worden gegijzeld, is alles veranderd. Ik besefte dat ik weg moest.’
Met de hulp van zijn vader en de Duitse ambassade kon hij naar Oost-Berlijn, waar ook zijn broer was en waar hij een jaar zou blijven. Toen ze hem ook daar op het spoor kwamen, sloeg hij andermaal op de vlucht. Deze keer naar Leuven en met de hulp van Amnesty International, dat de geheime dienst op een dwaalspoor zette naar Zweden. ‘In Oost-Berlijn zaten veel Chilenen. Ik ben er nu van overtuigd dat de geheime dienst mij daarheen wilde sturen om in die gemeenschap van ballingen te infiltreren.’
TERUG NAAR HET SLACHTHUIS
Op 19 juli 1979 kwam Jorge aan in het station van Leuven. Dat eerste jaar in België woonde hij bij zijn psychiater, bij wie hij twee keer per week therapie volgde. En toen leerde hij Mimi kennen, met wie hij nog altijd gelukkig samen is. Ze gingen in een gemeenschapshuis wonen en kregen twee zonen: Federico en Andrés. Een heel gewoon leven, zo leek het. Tot Andrés in Chili ontdekte wie zijn vader was geweest. De eerste keer dat de zoon zijn vader met z’n demonen probeerde te confronteren, zaten ze samen in de auto. Zo kan mijn vader niet weg, dacht Andrés.
‘Hij blokkeerde volledig, kon geen woord meer uitbrengen. Dat heeft zo’n diepe indruk op mij gemaakt dat ik het onderwerp niet meer ter sprake durfde brengen.’
Het zou nog jaren duren voor het idee van een documentaire bespreekbaar werd. En voor hij zijn vader zover kreeg naar de oorden van de gruwel terug te keren, die er vaak verlaten bij lagen, gestold in de tijd.
Tijdens het draaien toetste Andrés beetje bij
beetje de details bij zijn vader af. En beetje bij beetje begon Jorge zich meer te herinneren, dingen die hij zijn therapeut niet had verteld.
‘Die confrontatie was heel zwaar’, zegt Jorge. ‘Alles kwam terug. Hoe ik geblinddoekt naar die plaatsen werd gebracht. De experimenten die ze er met mij deden. Ik herkende het krakende geluid van de deuren. Ik zag mijn folteraars opnieuw in de ruimte staan. Al die tijd dacht ik dat ik mijn geheugen had gewist, maar ik had de herinneringen gewoon ergens heel diep opgeslagen.’
Een van de ergste dingen waaraan Jorge werd blootgesteld, was shocktherapie zoals je die in de film A Clockwork Orange ziet, erop gericht om daders te conditioneren en gevoelloos te maken voor geweld. Dagenlang, zonder enig besef van tijd en ruimte, werd hij verplicht naar de goorste gewelddaden te kijken. Al in 1978 beschreef Peter Watson de methode in War on the Mind.
Het militaire regime in Chili was een van de eerste om ze zo gruwelijk efficiënt toe te passen.
‘Later zijn ze nog verder gegaan’, vertelt Andrés. ‘Een van zijn folteraars heeft een matrasrooster op hem gelegd, met daarbovenop een bloedend lijk. Mijn vader moest zo een hele nacht blijven liggen. Het is een van de laatste dingen die hij in therapie heeft beschreven.’
In de documentaire neemt de zoon zijn vader mee naar het ‘slachthuis’, waar Jorge moest toekijken hoe lijken werden verminkt, en naar de hangars die als folterkamers werden gebruikt. Er vallen veel stiltes. Details geven, daar heeft Jorge het nog altijd heel moeilijk mee. ‘Omdat ze niet nodig zijn om te begrijpen. En omdat ik er niet fier op ben. Soms voelde ik mij slachtoffer, soms folteraar. Door de methoden die ze gebruiken, voel je je op de duur een van hen.’
‘Mijn vader heeft misschien erge dingen gedaan en moeten doen,’ zegt Andrés, ‘maar hij is niet de moordmachine geworden die ze van hem wilden maken. Toen ik de transcriptie van zijn verhaal voor het eerst las, was ik in paniek. Ik wilde van zijn therapeut weten hoe ver hij was gegaan en of hij had gedood. Door zijn beroepsgeheim kon hij niet veel vertellen. Maar zonder dat ik ernaar vroeg, stelde hij mij gerust: “Uw vader heeft niemand vermoord.” En misschien zijn sommige dingen nog erger dan iemand doden, maar ik kan mijn vader niets kwalijk nemen.’
DE SCHADUW VAN PINOCHET
‘Eigenlijk is het een wonder dat hij nog leeft na alles wat hij heeft meegemaakt. Hij is en blijft een slachtoffer. Dat heb ik altijd in het achterhoofd gehouden. Bovendien: hij heeft de moed gehad om erover te praten en te zeggen dat het hem spijt. Dat kan niet van zijn folteraars worden gezegd, die nog altijd vrij rondlopen en alles blijven ontkennen.’
CHILI WIL VOORAL VERGETEN
Die folteraars wou Andrés voor zijn documentaire met de waarheid confronteren. ‘Ik heb zijn baas bij de telefoonmaatschappij thuis opgezocht. Hij ontkende alles of zei dat zijn geheugen hem in de steek liet.’ Gevaarlijker was de poging om met José P. in contact te komen, de broer van een jeugdvriend van Jorge en een van de meest gevreesde instructeurs van de Chileense geheime dienst. Sadistisch, en door de CIA opgeleid aan de beruchte ‘school voor moordenaars’ in Panama.
‘Met de hulp van een journalist in Chili had ik zijn militair dossier bemachtigd’, zegt Andrés. ‘Tot voor kort was hij onderdirecteur van een militaire school. Hij woont in een militaire compound, waar je niet zomaar kunt aanbellen. Dus heb ik de plek geschaduwd, om uit te zoeken wat de beste manier zou zijn om hem te benaderen. Mijn vader was in alle staten. Hij wou niet dat ik daarmee doorging, anders zou hij zijn koffers pakken, zei hij.’
‘Ik heb Andrés verplicht die militaire dossiers in water op te lossen en te verscheuren’, zegt Jorge. ‘Elk spoor, elk bewijs moest worden opgeruimd.’
Andrés erkent dat zijn vader er goed aan heeft gedaan hem tegen te houden. ‘Ik wilde ver gaan. Heel ver. Te ver misschien. Wat zou ik erbij gewonnen hebben? José P. zou nooit hebben toegegeven wat hij had gedaan, en het zou ons waarschijnlijk onnodig in gevaar hebben gebracht. Mijn vader weet tot wat mensen zoals hij in staat zijn. In het leger in Chili zitten nog altijd mensen die tijdens de dictatuur hun handen vuil hebben gemaakt en daar nooit voor veroordeeld zijn. Ze zijn nog altijd redelijk goed georganiseerd. Een paar telefoontjes en ze weten je zo te vinden.’
Zijn ze niet bang voor de reacties, of zelfs repercussies, als de documentaire later
dit jaar in Chili zal worden vertoond? Andrés zocht de ergste folteraars van zijn vader dan wel niet op, hij noemt de naam van José P. (en anderen) en toont zelfs een recente foto van hem. ‘Die man is zich tot vandaag waarschijnlijk nergens van bewust. De verrassing zal des te groter zijn’, zegt Andrés met pretoogjes. ‘Ik ben er zeker van dat hij door de documentaire in de problemen komt.’ Jorge weet beter: ‘Ik geloof niet dat hij nog zal worden aangeklaagd.’
Andrés hoopt, wil geloven, dat hun documentaire iets teweeg zal brengen. ‘Misschien zullen andere slachtoffers opstaan, als ze hem op de foto herkennen. De getuigenis van mijn vader zal in Chili een polemiek veroorzaken. Het is het verhaal van
een onschuldige man die het slachtoffer is geworden van een apparaat en die een ander gezicht geeft aan de terreur van dat apparaat. Hierna kunnen de Chilenen niet meer ontkennen wat destijds is gebeurd. Ze zullen niet meer kunnen zeggen: “Wij geloven u niet.” Want daar zijn ze altijd goed in geweest.’
Jorge en Andrés draaiden voor het eerst in Chili in 2013, tijdens een herdenking van de militaire staatsgreep in 1973. ‘Twee weken lang hadden alle tv-stations het erover, het leek wel collectief exorcisme’, vertelt Jorge. ‘Maar verder wordt er nooit over gesproken. Men wil het verleden vooral vergeten. In Chili is een maatschappelijk debat
over de dictatuur nooit echt mogelijk geweest.’
‘Of ze geraken niet verder dan tegen elkaar te schelden’, vult Andrés aan, ‘de “fascisten” tegen de “communisten”. De Chileense samenleving blijft compleet verdeeld.’
POINT FINAL
De lancering van de documentaire in Chili laat Jorge aan zich voorbijgaan. ‘Te zwaar.’ Het liefst zou hij er niet meer op terugkomen. ‘Ik ben blij dat ik mijn verhaal heb verteld. Het was belangrijk voor mezelf om alles te kunnen reconstrueren en begrijpen. Zonder mijn zoon en de hulp van anderen was dat niet gelukt. Maar nu valt er niets meer te vragen of te vertellen. Dit is een afgesloten hoofdstuk.’
Denkt Andrés er ook zo over? ‘Ik denk dat we allebei ver genoeg zijn gegaan. Weet je, ik heb me soms schuldig gevoeld. Ik ben geen psycholoog of therapeut, maar ik heb veel van mijn vader gevergd. Ik ben blij dat ik ben doorgegaan, maar ik twijfelde soms of ik er wel goed aan deed. Of het zijn ziel zou helen.’
‘Tijdens het draaien van de documentaire heb ik er een Chileense journalist en activist bij gehaald om mijn vader te interviewen, omdat ik voelde dat hij niet alles aan mij kwijt kon. Mijn vader vond dat hij al genoeg had verteld, ik vond van niet. Het is een lang proces geweest om de dialoog op gang te brengen, hij heeft het er nog altijd moeilijk mee.’
Hoe moeilijk ook, het heeft de afstand tussen beiden gedicht. De muur die zo lang tussen hen in stond, is gesloopt.
‘Elke minuut van het proces was intens’, zegt Jorge. ‘Het heeft iets losgemaakt, diep in mij. Ik heb altijd mijn grenzen aangegeven, maar ik heb mijn grenzen ook verlegd. Ik ben blij dat ik mijn zoon het vertrouwen heb gegeven om dit verhaal te vertellen. Ik ben trots op hem. Hij is een man geworden.’
‘Mijn vader heeft zijn grootste geheim aan mij toevertrouwd, in de hoop dat ik er iets goeds mee zou doen’, zegt Andrés. ‘Dat is het mooiste geschenk dat hij mij kon geven.’
‘El color del camaleon’ (‘De kleur van de kameleon’),  vanaf 7/3 in de kleinere cinemazalen, daarna op de festivals Docville en Millennium. Later dit jaar op Canvas en RTBF en ook in de bioscoop in Chili. www.docpoppies.be


 

EEN CHILEENSE ERFENIS: VADER EN ZOON LÜBBERT
‘SOMS VOELDE IK MIJ SLACHTOFFER, SOMS FOLTERAAR’

 

In de jaren 70 probeerde de Chileense geheime dienst Jorge Lübbert op te leiden tot moordmachine. Jorge vluchtte en leed in stilte. Tot zijn zoon Andrés zijn geheim ontdekte. Hoe meer de zoon wou weten, hoe harder de vader zweeg. Langzaamaan dichtten ze de kloof, met een gezamenlijke documentaire over het pijnlijke verleden van de vader. ‘We zijn allebei ver gegaan.’

Yves Delepeleire, foto Fred Debrock

‘Twaalf jaar al staat mijn leven in het teken van de zoektocht naar mijn vader, naar wie hij écht is. Het voelt alsof ik zijn trauma op mij heb genomen. Ik wilde alles van zijn verleden weten. Elk gruwelijk detail. Elke plek waar hij was geweest. Elke pijnlijke herinnering die hij misschien al was vergeten. Ik moest dit doen. Gaandeweg heb ik geleerd dat die zoektocht er evengoed een was naar mijn eigen identiteit. Alles wat ik ben geworden, heb ik aan mijn vader te danken.’

De Belgische filmmaker Andrés Lübbert (32) groeide op in Leuven, met een geromantiseerd beeld van zijn vader: een Chileen die, zoals zovelen destijds, was gevlucht voor het regime van Augusto Pinochet. Papa’s verhaal was dat van zijn Chileense vrienden in Leuven, dacht de zoon. En zijn vader, die zweeg.

‘Toch merkte ik als kind al dat hij anders was’, zegt Andrés. ‘Hij leed aan slapeloosheid en verslavingen. Toen ik 16 was, vond mijn moeder hem na dagen zoeken op een pleintje. Bewusteloos. Hij vluchtte ook in zijn werk, als cameraman in oorlogsgebied. Ik begreep niet waarom hij steeds weer het gevaar opzocht, terwijl hij dat destijds was ontvlucht. Hij had een vrouw en twee kleine kinderen. Soms was hij weken of zelfs maanden van huis. Ik kon zijn bizarre gedrag niet verklaren. Ik wilde hem begrijpen.’

We spreken elkaar in de schaduw van het Berlaymontgebouw, waar de Europese Commissie zit. Andrés’ vader werkt er sinds enkele jaren als cameraman voor Europese politici. Jorge (60) zal op vraag van zijn zoon wat later voor het interview aanschuiven. ‘Sommige zaken vertel ik liever niet waar mijn vader bij is, ook al weet ik dat hij ze zal lezen. Het zou te ongemakkelijk zijn.’ De verborgen familiegeschiedenis heeft hen allebei getekend.

DE SCHADUW VAN PINOCHET
Jorge beseft dat hij het zaadje destijds zelf bij zijn zoon heeft geplant. Dat hij Andrés’ obsessie met zijn verleden heeft gevoed. ‘Zwijgen en vergeten leek me al die tijd de beste overlevingsstrategie,’ vertelt hij, als hij erbij is komen zitten. ‘Ik vond niet dat ik mijn kinderen met mijn verleden lastig moest vallen. Mijn vrouw dacht er anders over. Ze had gelijk. Maar ik was er niet klaar voor. Ik vond de woorden niet. Ik heb gruwelijke dingen gezien... en gedaan. Ik heb mijn duistere kant, het beest in mij, wakker gemaakt.’
Hij schudt het hoofd. ‘Andrés weet nu veel over mij, maar nog lang niet alles. Sommige dingen zijn gewoon te erg om te vertellen. Te intiem.’

KLAARGESTOOMD OM TE MOORDEN
Toch wist de zoon, die nu een documentaire over zijn zoektocht klaar heeft, lange tijd veel meer dan zijn vader kon vermoeden. Eind jaren 70 vertelde Jorge één keer zijn verhaal, het ware verhaal, aan zijn therapeut, de Chileense psychiater Jorge Barudy. Die was zelf voor de dictatuur van Pinochet gevlucht en woonde ook in Leuven. De audiotapes van die sessies zijn verloren gegaan, maar de oudere broer van Jorge, lang balling in Oost-Duitsland, had er een transcriptie van gemaakt en bewaard.

‘Mijn oom Orlando Lübbert is veel ouder dan mijn vader en altijd een beetje een vaderfiguur voor hem geweest’, zegt Andrés. ‘Ik was 19 toen ik voor het eerst alleen naar Chili reisde en daar bij mijn oom overnachtte. Hij is de eerste die mij heeft verteld wat er werkelijk met mijn vader is gebeurd. Dat hij door de Chileense geheime dienst werd getraind om geheim agent en moordenaar te worden, op de vreselijkste wijzen vaak. Daarna was ik enorm in de war: bang om naar België terug te keren, bang dat ik voortaan anders naar mijn vader zou kijken.’

Drie jaar later gaf Orlando de transcriptie van de sessies aan Andrés. De gruwel openbaarde zich aan hem, veertig pagina’s lang, tot in de kleinste details, en geschreven in de eerste persoon.

‘Mijn broer heeft Andrés met de beste bedoelingen geholpen’, zegt Jorge. ‘Maar in het begin was ik kwaad. Ik vond dat niemand het recht had mijn verhaal te lezen.’

Dat verhaal begon, vertelt Jorge, bij zijn buurman indertijd, een lijfwacht van Pinochet en altijd op zoek naar talent. Hij zag wel iets in de technisch ingenieur die voor een telefoonmaatschappij in Chili werkte. Dus werd Jorge subtiel door zijn baas bij de maatschappij ‘gerekruteerd’. Eerst leerde hij telefoons af te luisteren en stroom af te tappen, skills die elke goede spion onder de knie moet hebben. Hij was er goed in, dacht zelfs zijn bedrijf een dienst te bewijzen. Het bleek maar een eerste test, een opstapje naar meer.
Jorge: ‘Als je wilt dat iemand voor je werkt, moet je zijn geest kapotmaken. Daarna doet hij alles wat je vraagt. Zo ging de geheime dienst te werk. Ik moest stoppen mens te zijn, ik moest mijn emoties uitschakelen en een machine worden, klaar om te moorden. Het was psychologische terreur.

Brainwashing. Hetzelfde proces als waarmee vandaag jihadisten worden geïndoctrineerd, om aanslagen te plegen en mensen te onthoofden.’

Jorge heeft er gestaan, op dat point of no return. De dood deed hem niets meer. Niet die van anderen, niet die van hemzelf. Hij zou zichzelf hebben opgeblazen, als ze hem dat hadden bevolen.
‘Het transformatieproces duurde amper zes maanden. Met dreigementen probeerden ze mij van mijn familie los te koppelen. Ze ontvoerden mij geregeld voor een paar dagen en brachten me naar een geheime plek waar ik werd “getraind”. Ik had een sterke persoonlijkheid, kon meer verdragen dan anderen. Ik had talent om geweld te incasseren. Maar hoe sterk je wil ook is, vroeg of laat breek je.’
Zijn moeder, zegt Jorge, is zijn redding geweest. In de donkerste uren dacht hij aan zijn gelukkige kindertijd, hoe zij door z’n haar woelde. ‘Ik was haar lieveling, ik kon haar niet verraden. Toen ik doorhad dat mijn familie kon worden gegijzeld, is alles veranderd. Ik besefte dat ik weg moest.’

Met de hulp van zijn vader en de Duitse ambassade kon hij naar Oost-Berlijn, waar ook zijn broer was en waar hij een jaar zou blijven. Toen ze hem ook daar op het spoor kwamen, sloeg hij andermaal op de vlucht. Deze keer naar Leuven en met de hulp van Amnesty International, dat de geheime dienst op een dwaalspoor zette naar Zweden. ‘In Oost-Berlijn zaten veel Chilenen. Ik ben er nu van overtuigd dat de geheime dienst mij daarheen wilde sturen om in die gemeenschap van ballingen te infiltreren.’

TERUG NAAR HET SLACHTHUIS
Op 19 juli 1979 kwam Jorge aan in het station van Leuven. Dat eerste jaar in België woonde hij bij zijn psychiater, bij wie hij twee keer per week therapie volgde. En toen leerde hij Mimi kennen, met wie hij nog altijd gelukkig samen is. Ze gingen in een gemeenschapshuis wonen en kregen twee zonen: Federico en Andrés. Een heel gewoon leven, zo leek het. Tot Andrés in Chili ontdekte wie zijn vader was geweest. De eerste keer dat de zoon zijn vader met z’n demonen probeerde te confronteren, zaten ze samen in de auto. Zo kan mijn vader niet weg, dacht Andrés.

‘Hij blokkeerde volledig, kon geen woord meer uitbrengen. Dat heeft zo’n diepe indruk op mij gemaakt dat ik het onderwerp niet meer ter sprake durfde brengen.’

Het zou nog jaren duren voor het idee van een documentaire bespreekbaar werd. En voor hij zijn vader zover kreeg naar de oorden van de gruwel terug te keren, die er vaak verlaten bij lagen, gestold in de tijd.

Tijdens het draaien toetste Andrés beetje bij beetje de details bij zijn vader af. En beetje bij beetje begon Jorge zich meer te herinneren, dingen die hij zijn therapeut niet had verteld.

‘Die confrontatie was heel zwaar’, zegt Jorge. ‘Alles kwam terug. Hoe ik geblinddoekt naar die plaatsen werd gebracht. De experimenten die ze er met mij deden. Ik herkende het krakende geluid van de deuren. Ik zag mijn folteraars opnieuw in de ruimte staan. Al die tijd dacht ik dat ik mijn geheugen had gewist, maar ik had de herinneringen gewoon ergens heel diep opgeslagen.’

Een van de ergste dingen waaraan Jorge werd blootgesteld, was shocktherapie zoals je die in de film A Clockwork Orange ziet, erop gericht om daders te conditioneren en gevoelloos te maken voor geweld. Dagenlang, zonder enig besef van tijd en ruimte, werd hij verplicht naar de goorste gewelddaden te kijken. Al in 1978 beschreef Peter Watson de methode in War on the Mind. Het militaire regime in Chili was een van de eerste om ze zo gruwelijk efficiënt toe te passen.

‘Later zijn ze nog verder gegaan’, vertelt Andrés. ‘Een van zijn folteraars heeft een matrasrooster op hem gelegd, met daarbovenop een bloedend lijk. Mijn vader moest zo een hele nacht blijven liggen. Het is een van de laatste dingen die hij in therapie heeft beschreven.’

In de documentaire neemt de zoon zijn vader mee naar het ‘slachthuis’, waar Jorge moest toekijken hoe lijken werden verminkt, en naar de hangars die als folterkamers werden gebruikt. Er vallen veel stiltes. Details geven, daar heeft Jorge het nog altijd heel moeilijk mee. ‘Omdat ze niet nodig zijn om te begrijpen. En omdat ik er niet fier op ben. Soms voelde ik mij slachtoffer, soms folteraar. Door de methoden die ze gebruiken, voel je je op de duur een van hen.’

‘Mijn vader heeft misschien erge dingen gedaan en moeten doen,’ zegt Andrés, ‘maar hij is niet de moordmachine geworden die ze van hem wilden maken. Toen ik de transcriptie van zijn verhaal voor het eerst las, was ik in paniek. Ik wilde van zijn therapeut weten hoe ver hij was gegaan en of hij had gedood. Door zijn beroepsgeheim kon hij niet veel vertellen. Maar zonder dat ik ernaar vroeg, stelde hij mij gerust: “Uw vader heeft niemand vermoord.” En misschien zijn sommige dingen nog erger dan iemand doden, maar ik kan mijn vader niets kwalijk nemen.’

DE SCHADUW VAN PINOCHET
‘Eigenlijk is het een wonder dat hij nog leeft na alles wat hij heeft meegemaakt. Hij is en blijft een slachtoffer. Dat heb ik altijd in het achterhoofd gehouden. Bovendien: hij heeft de moed gehad om erover te praten en te zeggen dat het hem spijt. Dat kan niet van zijn folteraars worden gezegd, die nog altijd vrij rondlopen en alles blijven ontkennen.’

CHILI WIL VOORAL VERGETEN
Die folteraars wou Andrés voor zijn documentaire met de waarheid confronteren. ‘Ik heb zijn baas bij de telefoonmaatschappij thuis opgezocht. Hij ontkende alles of zei dat zijn geheugen hem in de steek liet.’ Gevaarlijker was de poging om met José P. in contact te komen, de broer van een jeugdvriend van Jorge en een van de meest gevreesde instructeurs van de Chileense geheime dienst. Sadistisch, en door de CIA opgeleid aan de beruchte ‘school voor moordenaars’ in Panama.

‘Met de hulp van een journalist in Chili had ik zijn militair dossier bemachtigd’, zegt Andrés. ‘Tot voor kort was hij onderdirecteur van een militaire school. Hij woont in een militaire compound, waar je niet zomaar kunt aanbellen. Dus heb ik de plek geschaduwd, om uit te zoeken wat de beste manier zou zijn om hem te benaderen. Mijn vader was in alle staten. Hij wou niet dat ik daarmee doorging, anders zou hij zijn koffers pakken, zei hij.’

‘Ik heb Andrés verplicht die militaire dossiers in water op te lossen en te verscheuren’, zegt Jorge. ‘Elk spoor, elk bewijs moest worden opgeruimd.’

Andrés erkent dat zijn vader er goed aan heeft gedaan hem tegen te houden. ‘Ik wilde ver gaan. Heel ver. Te ver misschien. Wat zou ik erbij gewonnen hebben? José P. zou nooit hebben toegegeven wat hij had gedaan, en het zou ons waarschijnlijk onnodig in gevaar hebben gebracht. Mijn vader weet tot wat mensen zoals hij in staat zijn. In het leger in Chili zitten nog altijd mensen die tijdens de dictatuur hun handen vuil hebben gemaakt en daar nooit voor veroordeeld zijn. Ze zijn nog altijd redelijk goed georganiseerd. Een paar telefoontjes en ze weten je zo te vinden.’

Zijn ze niet bang voor de reacties, of zelfs repercussies, als de documentaire later dit jaar in Chili zal worden vertoond? Andrés zocht de ergste folteraars van zijn vader dan wel niet op, hij noemt de naam van José P. (en anderen) en toont zelfs een recente foto van hem. ‘Die man is zich tot vandaag waarschijnlijk nergens van bewust. De verrassing zal des te groter zijn’, zegt Andrés met pretoogjes. ‘Ik ben er zeker van dat hij door de documentaire in de problemen komt.’ Jorge weet beter: ‘Ik geloof niet dat hij nog zal worden aangeklaagd.’

Andrés hoopt, wil geloven, dat hun documentaire iets teweeg zal brengen. ‘Misschien zullen andere slachtoffers opstaan, als ze hem op de foto herkennen. De getuigenis van mijn vader zal in Chili een polemiek veroorzaken. Het is het verhaal van een onschuldige man die het slachtoffer is geworden van een apparaat en die een ander gezicht geeft aan de terreur van dat apparaat. Hierna kunnen de Chilenen niet meer ontkennen wat destijds is gebeurd. Ze zullen niet meer kunnen zeggen: “Wij geloven u niet.” Want daar zijn ze altijd goed in geweest.’

Jorge en Andrés draaiden voor het eerst in Chili in 2013, tijdens een herdenking van de militaire staatsgreep in 1973. ‘Twee weken lang hadden alle tv-stations het erover, het leek wel collectief exorcisme’, vertelt Jorge. ‘Maar verder wordt er nooit over gesproken. Men wil het verleden vooral vergeten. In Chili is een maatschappelijk debat over de dictatuur nooit echt mogelijk geweest.’

‘Of ze geraken niet verder dan tegen elkaar te schelden’, vult Andrés aan, ‘de “fascisten” tegen de “communisten”. De Chileense samenleving blijft compleet verdeeld.’

POINT FINAL
De lancering van de documentaire in Chili laat Jorge aan zich voorbijgaan. ‘Te zwaar.’ Het liefst zou hij er niet meer op terugkomen. ‘Ik ben blij dat ik mijn verhaal heb verteld. Het was belangrijk voor mezelf om alles te kunnen reconstrueren en begrijpen. Zonder mijn zoon en de hulp van anderen was dat niet gelukt. Maar nu valt er niets meer te vragen of te vertellen. Dit is een afgesloten hoofdstuk.’

Denkt Andrés er ook zo over? ‘Ik denk dat we allebei ver genoeg zijn gegaan. Weet je, ik heb me soms schuldig gevoeld. Ik ben geen psycholoog of therapeut, maar ik heb veel van mijn vader gevergd. Ik ben blij dat ik ben doorgegaan, maar ik twijfelde soms of ik er wel goed aan deed. Of het zijn ziel zou helen.’

‘Tijdens het draaien van de documentaire heb ik er een Chileense journalist en activist bij gehaald om mijn vader te interviewen, omdat ik voelde dat hij niet alles aan mij kwijt kon. Mijn vader vond dat hij al genoeg had verteld, ik vond van niet. Het is een lang proces geweest om de dialoog op gang te brengen, hij heeft het er nog altijd moeilijk mee.’

Hoe moeilijk ook, het heeft de afstand tussen beiden gedicht. De muur die zo lang tussen hen in stond, is gesloopt.

‘Elke minuut van het proces was intens’, zegt Jorge. ‘Het heeft iets losgemaakt, diep in mij. Ik heb altijd mijn grenzen aangegeven, maar ik heb mijn grenzen ook verlegd. Ik ben blij dat ik mijn zoon het vertrouwen heb gegeven om dit verhaal te vertellen. Ik ben trots op hem. Hij is een man geworden.’

‘Mijn vader heeft zijn grootste geheim aan mij toevertrouwd, in de hoop dat ik er iets goeds mee zou doen’, zegt Andrés. ‘Dat is het mooiste geschenk dat hij mij kon geven.’

‘El color del camaleon’ (‘De kleur van de kameleon’),  vanaf 7/3 in de kleinere cinemazalen, daarna op de festivals Docville en Millennium. Later dit jaar op Canvas en RTBF en ook in de bioscoop in Chili. www.docpoppies.be

Director

The Belgian-Chilean Andrés Lübbert has a Master in Audiovisual Arts from the RITCS film school in Brussels. His documentaries participated in more then 130 International Film Festivals in 20 countries, and won 19 prizes. Andrés tells stories about his intercultural environment about migration, identity, Human Rights and social issues.

FILMOGRAPHY

2017 Dying for life – 77 min
2016 El color del camaleón – 88 min
2012 Marichiweu, venceremos por siempre – 58 min
2010 Colores de La Gloria – 59 min
2009 La realidad – 10 min
2008 Trukyman – 20 min
2007 Búsqueda en el silencio – 62 min

Trailer

Awards / Festivals

 

Special mention, Dok.fest München, Germany
Official Selection Guadalajara International Film Festival, Mexico
Official Selection Sofia International Film Festival, Bulgaria
Official Selection Docville, Belgium
Official Selection Millenium International Documentary Film Festival, Belgium
Official Selection Festival Encuentros del Otro Cine (EDOC), Ecuador
Official Selection International Documentary Festival Buenos Aires (FIDBA), rgentina
Official Selection Festival de Cine de Lima, Peru
Official Selection MARFICI (Festival Internacional de Cine Independientede Mar del Plata), Argentina
Official Selection Human Rights Film Festival Bolivia, Bolivia
Official Selection SANFIC – Santiago International Film Festival, Chile
Official Selection Festival International du Film Nancy, France
Official Selection Festival Internacional de Cine Viña del Mar, Chile
Official Selection Golden Tree International Documentary Festival Germany
Official Selection Viva! Latino Film Festival NYC Int’l, USA
Official Selection Festival de Biarritz Amérique Latine France
Official Selection DokuBaku International Documentary Film Festival, Azerbaidjan
Official Selection Sao Paulo International Film Festival, Brazil

Best Director in Chilean Competition, Santiago International Film Festival (SANFIC), Chile
Audience Award, Santiago International Film Festival (SANFIC), Chile
Special mention, Dok.fest München
, Germany

Official Selection Guadalajara International Film Festival, Mexico
Official Selection Sofia International Film Festival, Bulgaria
Official Selection Docville, Belgium
Official Selection Millenium International Documentary Film Festival, Belgium
Official Selection Festival Encuentros del Otro Cine (EDOC), Ecuador
Official Selection International Documentary Festival Buenos Aires (FIDBA), rgentina
Official Selection Festival de Cine de Lima, Peru
Official Selection MARFICI (Festival Internacional de Cine Independientede Mar del Plata), Argentina
Official Selection Human Rights Film Festival Bolivia, Bolivia
Official Selection SANFIC – Santiago International Film Festival, Chile
Official Selection Festival International du Film Nancy, France
Official Selection Festival Internacional de Cine Viña del Mar, Chile
Official Selection Golden Tree International Documentary Festival, Germany
Official Selection Viva! Latino Film Festival NYC Int’l, USA
Official Selection Festival de Biarritz Amérique Latine, France
Official Selection DokuBaku International Documentary Film Festival, Azerbaidjan
Official Selection Sao Paulo International Film Festival, Brazil

Cinema-release in Belgium by Docpoppies
www.docpoppies.be

Cinema-release in Spain, Chili,...